Sollicitatiegesprek met een oppas of nanny: 30 vragen en waar je op let

Je hebt een paar reacties op je oproep, of iemand uit de buurt wil graag bij jullie oppassen. Dan komt het gesprek. Voor veel ouders voelt dat ongemakkelijk. Wat vraag je? Hoe ver mag je gaan? En hoe weet je na een half uur of je iemand vertrouwt met je kind? In dit artikel vind je 30 concrete vragen, verdeeld over zes thema's. Per thema lees je hoe een goed antwoord klinkt en waar je op let. Je leest ook hoe je het gesprek voorbereidt, hoe je je kind erbij betrekt en wat je daarna doet.
Dit artikel gaat over het gesprek zelf. Zoek je nog kandidaten, lees dan eerst hoe je een oppas of nanny vindt en screent. Twijfel je nog welke vorm bij jullie past? Bekijk dan het verschil tussen een au pair, nanny, gastouder en oppas.
Voorbereiding: weet wat je zoekt
Een goed gesprek begint vóór de afspraak. Als je zelf niet scherp hebt wat je nodig hebt, wordt het gesprek al snel gezellig en weinig zeggend. Neem daarom een kwartier om een paar dingen op te schrijven.
- De praktische kant. Welke dagen en tijden? Breng en haal je zelf, of moet de oppas dat doen? Is er een vaste invulling nodig, of zoek je iemand voor af en toe een avond?
- Wat je kind nodig heeft. Een baby vraagt om iemand die rustig is met voeding en slapen. Een kind van acht wil vooral iemand die mee naar buiten gaat en grenzen bewaakt bij schermtijd.
- Jullie huisregels. Denk aan eten, snoep, schermen, bedtijd en hoe jullie omgaan met boos of verdrietig gedrag.
- Je harde eisen. Bijvoorbeeld ervaring met baby's, een EHBO-certificaat voor kinderen, een rijbewijs of rookvrij werken.
Lees vooraf het cv of profiel nog eens door. Schrijf bij elke kandidaat twee of drie dingen op die je wilt navragen. Zo voelt het gesprek persoonlijk en hoef je niet alles uit je hoofd te doen.
Spreek af op een moment dat je zelf rustig bent. Doe je het gesprek met z'n tweeën, verdeel dan vooraf wie welke thema's bespreekt. Eén persoon stelt de vragen, de ander maakt aantekeningen. Na afloop vergelijk je je indrukken.
Zo bouw je een gesprek van 30 tot 45 minuten op
Een vaste opbouw helpt. Je vergelijkt kandidaten dan eerlijker, en je vergeet minder.
- Kennismaken (5 minuten). Vertel kort over jullie gezin en wat je zoekt. Zo weet de kandidaat waar de vragen vandaan komen.
- Ervaring en motivatie (5 tot 10 minuten). Laat de kandidaat vertellen. Luister vooral.
- Veiligheid en opvoeding (10 tot 15 minuten). Dit is de kern. Hier stel je ook je situatievragen.
- Dagritme en communicatie (5 tot 10 minuten). Hoe gaat een gewone dag, en hoe houden jullie elkaar op de hoogte?
- Kennismaking met je kind (5 tot 10 minuten). Kort en ontspannen.
- Praktische afspraken en vervolg (5 minuten). Beschikbaarheid, referenties en wat de volgende stap is.
Geef de kandidaat aan het eind ruimte voor eigen vragen. Iemand die goed nadenkt over het werk, heeft bijna altijd vragen. Over je kind, over de huisregels of over wat je verwacht als er iets misgaat.
De 30 vragen per thema
Je hoeft niet alle vragen te stellen. Kies per thema de vragen die bij jullie situatie passen. Vraag door als een antwoord algemeen blijft. "Kun je een voorbeeld geven?" is de nuttigste vervolgvraag die er is.
1. Ervaring en motivatie
- Met kinderen van welke leeftijd heb je gewerkt, en hoe lang?
- Wat vind je het leukst aan oppassen, en wat vind je lastig?
- Vertel eens over een gezin waar je graag werkte. Wat maakte dat fijn?
- Waarom ben je gestopt bij je vorige gezin of werkgever?
- Hoe lang wil je dit werk ongeveer blijven doen, en hoe past het naast studie of ander werk?
Een goed antwoord is concreet. Je hoort namen van leeftijden, situaties en wat iemand daar heeft geleerd. De kandidaat praat met respect over vorige gezinnen, ook als het daar niet goed liep. Let op of de motivatie over kinderen gaat. Geld en flexibiliteit zijn prima redenen, zolang ze niet de enige zijn. Vraag bij vraag 5 door als je een vaste oppas zoekt. Een kandidaat die over drie maanden een stage begint, kan nog steeds een goede keuze zijn. Je wilt het alleen vooraf weten.
2. Veiligheid en noodsituaties
- Heb je een EHBO-cursus voor baby's en kinderen gedaan? Wanneer was dat?
- Wat doe je als mijn kind zich verslikt?
- Hoe leg je een baby te slapen?
- Wat doe je als je mij niet kunt bereiken en je je zorgen maakt over mijn kind?
- Hoe houd je mijn kind veilig in de buurt van water, de keuken, de trap of in het verkeer?
Een goed antwoord is rustig en praktisch. Bij een noodsituatie noemt de kandidaat uit zichzelf 112. Bij verslikking hoor je onderscheid tussen een kind dat nog hoest en een kind dat geen lucht krijgt. Het Rode Kruis adviseert om een kind dat goed hoest aan te moedigen om door te hoesten. Pas bij ernstige verslikking geef je rugslagen en laat je direct 112 bellen. Een perfecte uitleg is niet nodig. Je wilt vooral horen dat iemand de eerste stappen kent. Heeft de kandidaat nog geen cursus gedaan, vraag dan of die daartoe bereid is. Het Rode Kruis biedt een cursus EHBO aan baby's en kinderen aan.
Bij vraag 8 hoor je bij voorkeur: op de rug, in een eigen bedje, in een slaapzak en in een leeg bedje zonder knuffels of kussens. Dat zijn de vier adviezen van VeiligheidNL voor veilig slapen. Let op als iemand vertelt dat een baby op de buik "beter slaapt". Dat is een reden om de adviezen samen door te nemen, en om te kijken of de kandidaat daar open voor staat.
3. Opvoeding en grenzen
- Hoe reageer je als mijn kind niet luistert?
- Wat doe je als mijn kind een driftbui krijgt?
- Hoe ga je om met ruzie tussen broers en zussen?
- Hoe troost je een kind dat mij mist of verdrietig is?
- Wat doe je als onze regels anders zijn dan wat jij gewend bent?
Een goed antwoord laat zien dat iemand kalm blijft en het kind serieus neemt. Je hoort dingen als: eerst rustig benoemen wat er gebeurt, een keuze geven, even afleiden of samen een rustige plek zoeken. Bij vraag 15 wil je horen dat de kandidaat jullie regels volgt en het vertelt als iets niet werkt. Let op antwoorden waarin straffen, schreeuwen of dreigen centraal staan. In Nederland staat in de wet dat ouders bij de opvoeding geen geestelijk of lichamelijk geweld of andere vernederende behandeling toepassen (artikel 1:247 Burgerlijk Wetboek). Het ligt voor de hand dat je die norm ook met je oppas afspreekt. Zeg het gewoon hardop: bij ons wordt een kind nooit geslagen, geknepen of uitgelachen.
4. Dagritme, eten en slapen
- Hoe ziet een middag met een kind van deze leeftijd er bij jou uit?
- Wat doe je als mijn kind niet wil eten?
- Hoe ga je om met allergieën of dieetwensen?
- Hoe denk je over schermtijd als je oppast?
- Wat doe je als mijn kind niet wil gaan slapen?
Een goed antwoord klinkt als iemand die vooruitdenkt. Je hoort over buiten spelen, voorlezen, samen iets maken en vaste momenten voor eten en rust. Bij eten hoor je geduld en geen dwang. Bij allergieën wil je horen dat iemand etiketten leest, nooit iets nieuws geeft zonder overleg en weet wat te doen als het misgaat. Let op of de kandidaat zelf naar jullie ritme vraagt. Dat is een goed teken. Een oppas die standaard de tablet aanzet om het rustig te houden, past misschien minder bij jullie.
5. Communicatie met ouders
- Hoe wil je mij op de hoogte houden tijdens het oppassen?
- Wat vertel je mij aan het eind van de dag?
- Stel dat er iets kleins misgaat, zoals een val of een kapotte vaas. Hoe vertel je dat?
- Hoe geef je aan als je het ergens niet mee eens bent?
- Wat doe je met foto's van mijn kind en met social media?
Een goed antwoord is open en eerlijk. Je hoort dat iemand ongelukjes meteen meldt, ook als het ongemakkelijk is. Dat is waar vertrouwen op rust. Let op bij vraag 25 of de kandidaat zelf zegt dat er zonder toestemming niets online komt. Spreek dit hoe dan ook af. Spreek ook af hoe vaak je een bericht verwacht. Sommige ouders willen één update per middag, anderen alleen bericht als er iets bijzonders is. Er is geen goed of fout, zolang je het vooraf zegt.
6. Praktische afspraken
- Op welke dagen en tijden ben je beschikbaar, ook in de vakanties?
- Wat doe je als je ziek bent of niet kunt komen?
- Hoe kom je naar ons toe, en mag je met mijn kind in de auto of op de fiets?
- Mogen wij contact opnemen met twee eerdere gezinnen of werkgevers?
- Ben je bereid een Verklaring Omtrent het Gedrag aan te vragen?
Een goed antwoord is duidelijk en zonder omwegen. Een kandidaat die bij vraag 29 en 30 meteen ja zegt, heeft niets te verbergen. Let op aarzeling of vage uitleg bij referenties. Dat hoeft niets te betekenen, maar vraag dan rustig door. Hoe een VOG werkt en welke andere controles je kunt doen, lees je in ons artikel over screenen.
Situatievragen: "Wat doe je als…"
Situatievragen laten zien hoe iemand denkt. Je merkt snel of een kandidaat het antwoord uit een boekje haalt of echt nadenkt. Kies er twee of drie die bij de leeftijd van je kind passen.
- Wat doe je als mijn kind van twee een knoopje in de mond heeft en begint te hoesten?
- Wat doe je als mijn kind van zes zegt dat het van mij altijd een koekje mag voor het slapen?
- Wat doe je als een onbekende aanbelt en zegt dat hij mijn kind komt ophalen?
- Wat doe je als mijn baby blijft huilen en je alles al hebt geprobeerd?
- Wat doe je als mijn kind valt en een flinke bult op het hoofd heeft?
- Wat doe je als mijn kind je iets vertelt en vraagt het geheim te houden?
Bij de knoop hoor je dat iemand eerst kijkt of het kind nog goed hoest, en bij ernstige verslikking ingrijpt en 112 laat bellen. Bij het koekje hoor je dat de kandidaat even bij jou checkt. Bij de onbekende aan de deur hoor je dat het kind nooit wordt meegegeven zonder dat jij het hebt bevestigd. Bij de huilende baby wil je horen dat iemand rustig blijft en jou belt als het te veel wordt. Hulp vragen is hier een sterk antwoord. Bij een val op het hoofd wil je horen dat de kandidaat het kind goed in de gaten houdt en jou meteen belt. Bij het geheim hoor je dat de kandidaat het kind serieus neemt en uitlegt dat sommige dingen wel met papa of mama besproken worden.
Je kind erbij betrekken
Laat je kind de kandidaat kort ontmoeten, bij voorkeur aan het eind van het gesprek. Vijf tot tien minuten is genoeg. Je kind hoeft niets te beoordelen. Jij kijkt hoe de kandidaat contact maakt.
- Gaat de kandidaat op ooghoogte zitten en laat die je kind zelf het tempo bepalen?
- Stelt hij of zij een vraag aan je kind, of praat de kandidaat vooral over je kind heen?
- Wordt je kind een beetje nieuwsgierig, of trekt het zich juist terug?
Een verlegen kind dat zich verstopt, zegt weinig over de kandidaat. Kijk vooral naar hoe de oppas daarop reageert. Iemand die rustig wacht en een boekje of speeltje aanbiedt, doet het goed. Vraag een ouder kind na afloop wat het ervan vond. Neem dat mee, maar laat de beslissing bij jullie.
Signalen om serieus te nemen
De meeste kandidaten willen gewoon goed werk leveren. Toch zijn er signalen waarbij je beter even stilstaat. Eén signaal is geen reden om iemand af te wijzen. Een paar samen zijn dat vaak wel.
- De kandidaat praat negatief of oneerbiedig over vorige gezinnen of kinderen.
- De antwoorden over veiligheid zijn vaag, of iemand lacht vragen weg.
- Straffen, schreeuwen of "een tik" worden genoemd als normale opvoedmiddelen.
- De kandidaat wil geen referenties geven of geen VOG aanvragen, zonder duidelijke reden.
- Het verhaal over werkervaring klopt niet met het cv of verandert tijdens het gesprek.
- De kandidaat stelt geen enkele vraag over je kind.
- Je hebt een onrustig gevoel dat je niet goed kunt benoemen.
Dat laatste is ook informatie. Je hoeft je gevoel niet te verdedigen. Je kunt altijd een tweede gesprek of een proefmiddag voorstellen om je beeld scherper te krijgen.
Na het gesprek: de volgende stappen
Schrijf direct na het gesprek je indrukken op. Gebruik per thema een korte notitie en een cijfer. Zo vergelijk je kandidaten op dezelfde punten, ook als het eerste gesprek alweer een week geleden is.
Referenties nabellen
Bel minstens één eerder gezin of werkgever. Vraag naar concrete dingen: hoe lang werkte de kandidaat er, hoe ging die om met lastige momenten en zou je deze persoon opnieuw vragen? Let op wat er niet gezegd wordt. Een kort en vlak antwoord kan veel zeggen.
Een proefdag of proefmiddag
Spreek een proefmoment af terwijl jij thuis bent of in de buurt. Zo zie je hoe de kandidaat werkt in jullie huis, met jullie ritme. Laat de oppas daarna ook een keer kort alleen met je kind. Bespreek na afloop wat goed ging en wat anders kan.
Afspraken op papier
Zet de afspraken op papier, ook als het om een paar uur per week gaat. Denk aan werktijden, taken, huisregels, wat te doen bij ziekte, telefoonnummers voor noodgevallen en afspraken over foto's. Een overzicht op de koelkast met belangrijke nummers en het adres helpt in een noodsituatie. Over de geldkant, de regels en de belasting lees je meer in oppas aan huis: kosten, regels en belasting.
Wil je het gesprek liever niet helemaal zelf voorbereiden? In Kinderopvang.org Premium zit de tool Oppas en nanny. Daarmee houd je kandidaten bij met een checklist en notities, gebruik je een interviewpakket met vragen en aandachtspunten, en kun je een kandidaat een korte praktijktest laten maken via een persoonlijke link. Die test bestaat uit herkenbare situaties uit het werk. De uitslag geeft per thema bespreekpunten voor jullie gesprek.
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt een sollicitatiegesprek met een oppas?
Reken op 30 tot 45 minuten. Dat is genoeg voor ervaring, veiligheid, opvoeding, dagritme, communicatie en praktische afspraken, plus een korte kennismaking met je kind. Voor een vaste nanny of au pair kun je daarna een tweede gesprek of een proefdag plannen.
Moet mijn kind bij het sollicitatiegesprek zijn?
Dat hoeft niet het hele gesprek. Het werkt meestal beter als je eerst rustig met de kandidaat praat en je kind daarna vijf tot tien minuten laat kennismaken. Zo kun je je vragen goed stellen en zie je toch hoe de oppas contact maakt met je kind.
Welke vragen over veiligheid zijn het belangrijkst?
Vraag in elk geval wat de kandidaat doet bij verslikking, hoe die een baby te slapen legt en wat die doet als jij niet bereikbaar bent. Een goed antwoord noemt 112 bij een noodsituatie en sluit bij baby's aan op de adviezen van VeiligheidNL: op de rug, in een eigen leeg bedje en in een slaapzak.
Mag ik een oppas vragen om een VOG?
Ja, je mag een kandidaat vragen om een Verklaring Omtrent het Gedrag aan te vragen. Veel ouders doen dat bij een vaste oppas of nanny. Een kandidaat die daar zonder aarzelen mee instemt, geeft je meer zekerheid. Hoe dat in de praktijk gaat, lees je in ons artikel over het vinden en screenen van een oppas.
Wat is een goede vraag om door te vragen?
"Kun je daar een voorbeeld van geven?" werkt bijna altijd. Een concreet voorbeeld laat zien of iemand echt ervaring heeft. Een algemeen antwoord als "ik ben heel geduldig" zegt weinig. Een verhaal over een lastige middag zegt veel meer.
Hoe vergelijk ik meerdere kandidaten eerlijk?
Stel elke kandidaat ongeveer dezelfde vragen in dezelfde volgorde. Schrijf direct na elk gesprek per thema een korte notitie en een cijfer op. Bespreek je indrukken met je partner voordat je referenties belt, zodat je elkaar niet beïnvloedt.
Wat doe ik als ik twijfel na het gesprek?
Twijfel je, wacht dan met ja zeggen. Bel een referentie, plan een tweede gesprek of spreek een proefmiddag af terwijl jij thuis bent. Blijft het onrustige gevoel, dan mag je verder zoeken.
Gerelateerde artikelen
- Oppas of nanny vinden en screenen: zo pak je het aan
- Oppas aan huis: kosten, regels en belasting
- Au pair, nanny, gastouder of oppas: wat is het verschil?
Bronnen: VeiligheidNL, De 4 van veilig slapen; Rode Kruis, verslikking bij kinderen; Rode Kruis, EHBO-cursus baby's en kinderen; Burgerlijk Wetboek Boek 1, artikel 247. Bijgewerkt op 26 oktober 2026.