Terug naar blog

Kinderdagverblijf inrichten: eisen, indeling en tips

Redactie Kinderopvang.org7 min leestijd
Illustratie van een lichte, overzichtelijk ingerichte groepsruimte van een kinderdagverblijf

Een goed ingerichte locatie maakt het verschil: voor kinderen die er een groot deel van de week doorbrengen, voor medewerkers die er de hele dag werken en voor ouders die een rondleiding krijgen. Tegelijk gelden er wettelijke eisen. In dit artikel zetten we de belangrijkste eisen op een rij en geven we praktische tips voor de indeling.

De wettelijke eisen op een rij

De eisen voor de inrichting staan vooral in het Besluit kwaliteit kinderopvang en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De GGD controleert ze bij het onderzoek vóór registratie en bij de inspecties daarna.

Binnenspeelruimte: 3,5 m² per kind

Per aanwezig kind is minimaal 3,5 m² binnenspeelruimte nodig. Heeft de locatie meerdere stamgroepen, dan heeft elke stamgroep een eigen, vaste groepsruimte. Ruimtes en speelmateriaal moeten veilig en schoon zijn en passen bij de leeftijd van de kinderen.

Buitenspeelruimte: 3 m² per kind

Per aanwezig kind is minimaal 3 m² buitenspeelruimte nodig. Waar die ligt, hangt af van de leeftijd:

  • Dagopvang, kinderen tot 2 jaar: de buitenspeelruimte ligt direct aan de opvang.
  • Dagopvang, kinderen van 2 jaar en ouder: de buitenspeelruimte ligt in elk geval aan het gebouw waarin de opvang zit.
  • BSO: bij voorkeur direct aan de opvang; anders dichtbij, toegankelijk en veilig bereikbaar.

Slaapruimte

Voor kinderen tot 1,5 jaar moet er voldoende slaapruimte zijn, apart van die voor oudere kinderen. Bij nieuwbouw ligt de slaapruimte in een beschermd subbrandcompartiment. Gebruik je stapelbedden, dan gelden strenge eisen voor ventilatie.

Brandveiligheid, ventilatie en geluid

  • Het gebouw moet brandveilig zijn, onder meer met zelfsluitende branddeuren. Of je een brandmeldinstallatie of rookmelders nodig hebt, hangt af van de grootte van het gebouw en de verdieping van de opvang.
  • Gordijnen, vloerbedekking, versiering, speeltoestellen en meubels moeten brandveilig zijn.
  • De ruimtes moeten goed geventileerd zijn en kinderen mogen niet te veel last hebben van geluid.
  • Elke verblijfsruimte heeft ramen, behalve een ruimte die alleen als slaapruimte wordt gebruikt.
  • Voor vloeren en hekken gelden eisen voor hoogteverschillen en openingen.

Vergunningen en het omgevingsplan

Ga je een gebouw (anders) gebruiken of verbouwen? Controleer of kinderopvang op die plek is toegestaan in het omgevingsplan van de gemeente, en of je een omgevingsvergunning nodig hebt. Ook regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) kunnen gelden.

Tips voor een indeling die werkt

Werk met hoeken

Een groepsruimte met duidelijke hoeken (bouwen, lezen, fantasiespel, creatief) geeft kinderen overzicht en rust. Kinderen weten waar ze wat kunnen doen, en medewerkers houden makkelijker overzicht.

Zorg voor overzicht voor medewerkers

Medewerkers moeten de groep goed kunnen zien. Lage kasten, glas in deuren en een open opstelling helpen daarbij. Dat is ook belangrijk voor het vierogenprincipe: bij dagopvang moet een volwassene altijd kunnen meekijken of meeluisteren.

Rust en prikkels in balans

Kies voor rustige kleuren en materialen, en beperk wat er aan de muren hangt. Een vaste rustige plek, bijvoorbeeld een leeshoek met kussens, helpt kinderen die even willen bijkomen.

Laat kinderen zelf kunnen pakken

Open kasten op kinderhoogte nodigen uit tot zelfstandig spelen en opruimen. Gebruik bakken met plaatjes, zodat ook de jongste kinderen weten waar iets hoort.

Denk aan schoonmaak en hygiëne

Kies vloeren, meubels en speelgoed die makkelijk schoon te maken zijn, en zorg voor verschoonplekken met een goede werkhoogte en een eigen wasbak.

Haal de natuur naar binnen en buiten

Een groene buitenruimte met zand, water, hoogteverschillen en beschutte plekken nodigt uit tot bewegen en ontdekken. Binnen zorgen planten en natuurlijk materiaal voor een warme sfeer.

Leg het vast in je veiligheids- en gezondheidsbeleid

Elke locatie heeft een veiligheids- en gezondheidsbeleid waarin staat welke risico’s er zijn en hoe je die beperkt. Bij een nieuwe inrichting of een verbouwing hoort ook een update van dat beleid. De GGD kijkt daar bij een inspectie naar.

Laat ouders zien hoe je locatie eruitziet

Ouders willen vóór een rondleiding al een beeld van de locatie. Op Kinderopvang.org kun je je locatie gratis claimen en foto’s, je pedagogische visie en je beschikbaarheid toevoegen. Lees meer voor locaties.

Indeling per leeftijdsgroep

Elke leeftijd vraagt iets anders van de ruimte. Deze punten zijn geen wettelijke eisen, maar praktische uitgangspunten.

Baby’s (0 tot 1,5 jaar)

  • Een rustige, afsluitbare slaapruimte met goed zicht vanuit de groep, bijvoorbeeld via een raam of babyfoon.
  • Een schone, zachte vloer om te liggen, rollen en kruipen, afgeschermd van rennende oudere kinderen.
  • Een verschoonplek op werkhoogte met een eigen wasbak en alles binnen handbereik, zodat een medewerker het kind nooit alleen hoeft te laten.
  • Een plek om rustig flesjes of borstvoeding te geven.

Dreumesen en peuters (1,5 tot 4 jaar)

  • Ruimte om te bewegen: klimmen, glijden, duwen en trekken, ook binnen.
  • Hoeken voor rollenspel (huishoek, winkeltje), bouwen en constructie, en creatief werk aan een lage tafel.
  • Materiaal op ooghoogte en in open bakken, zodat peuters zelf kiezen en opruimen.
  • Bij voorschoolse educatie: plek voor activiteiten in kleine groepjes.

BSO (4 tot 12 jaar)

  • Verschillende zones voor oudere en jongere kinderen: kleuters spelen anders dan kinderen van tien.
  • Een rustige hoek om te lezen of huiswerk te maken, en een plek om even niets te doen.
  • Ruimte voor sport, spel en buiten zijn; de buitenruimte is voor de BSO vaak het belangrijkste deel van de dag.
  • Materialen die uitdagen: knutselen, techniek, muziek en gezelschapsspellen.

Groepsgrootte en personeel bepalen de ruimte mee

Hoeveel kinderen je per ruimte opvangt, hangt niet alleen af van het aantal vierkante meters. De wet stelt ook eisen aan de maximale groepsgrootte en aan het aantal medewerkers per kind: de beroepskracht-kindratio. Gebruik de officiële rekentool op 1ratio.nl om te zien hoeveel medewerkers je nodig hebt bij een bepaalde groepssamenstelling. Plan de ruimtes zo dat die combinatie in de praktijk ook werkt, bijvoorbeeld bij het samenvoegen van groepen aan het begin of eind van de dag.

Stappenplan voor een nieuwe of verbouwde locatie

  1. Check de locatie in het omgevingsplan en bij de gemeente: mag hier kinderopvang zitten, en is er een omgevingsvergunning nodig?
  2. Maak een plattegrond met oppervlaktes. Reken alleen ruimte mee die kinderen echt als speelruimte gebruiken. Vraag bij twijfel tijdig de gemeente of GGD hoe ze rekenen.
  3. Toets de brandveiligheid met een installateur of adviseur: compartimentering, vluchtwegen, branddeuren, brandmelding.
  4. Kies meubels en speeltoestellen die passen bij de leeftijd en makkelijk schoon te maken zijn. Voor speeltoestellen geldt het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen; houd voor buitenspeeltoestellen een logboek bij.
  5. Werk het veiligheids- en gezondheidsbeleid bij op basis van de nieuwe indeling, en bespreek het met het team.
  6. Vraag registratie aan bij de gemeente. Bij een nieuwe locatie volgt een onderzoek vóór registratie door de GGD.

Checklist voor de GGD-inspectie

  • Zijn alle oppervlaktes en de indeling actueel vastgelegd, en kloppen ze met de werkelijkheid?
  • Is het veiligheids- en gezondheidsbeleid bijgewerkt na de laatste verbouwing of verhuizing van groepen?
  • Zijn de slaapruimtes, de ventilatie en de brandveiligheidsvoorzieningen in orde?
  • Kan een volwassene altijd meekijken of meeluisteren (vierogenprincipe)?
  • Zijn speeltoestellen veilig en is het logboek bijgehouden?

Op Kinderopvang.org staan de GGD-inspecties van elke locatie, met de bevindingen in gewone taal. Zo zie je ook welke onderwerpen bij andere locaties vaak tot een tekortkoming leiden.

Veelgestelde vragen

Hoeveel vierkante meter heb je nodig per kind?

Minimaal 3,5 m² binnenspeelruimte en 3 m² buitenspeelruimte per aanwezig kind.

Moet een BSO een eigen buitenruimte hebben?

De buitenspeelruimte ligt bij voorkeur direct aan de BSO. Is dat niet zo, dan moet die dichtbij, toegankelijk en veilig bereikbaar zijn.

Wie controleert of de inrichting klopt?

De GGD, in opdracht van de gemeente: bij het onderzoek vóór registratie en daarna bij de inspecties. De rapporten zijn openbaar; je vindt ze ook bij elke locatie op Kinderopvang.org.

Telt een gang of hal mee als binnenspeelruimte?

Alleen ruimte die kinderen echt als speelruimte gebruiken telt mee. Twijfel je over een gang, hal of multifunctionele ruimte, vraag het dan vooraf aan de gemeente of GGD.

Mag een BSO de buitenruimte van een school gebruiken?

Dat kan, als de buitenspeelruimte dichtbij, toegankelijk en veilig bereikbaar is. Leg afspraken over gebruik en toezicht goed vast.

Lees ook

Bron: Ondernemersplein (KVK en overheid): inrichtingseisen kinderopvang. Controleer bij een verbouwing altijd de actuele regels bij je gemeente.